e abdij had als eerste bezittingen de schenkingen van de Berthouts. We vinden in een
oorkonde van
1132, waarvan de integrale tekst hier opgenomen is. Bezittingen die hier vermeld werden waren het
altaar van Wemmel en zijn afhankelijkheden Berchem, Relegem en Ramsdonk, het altaar van Meise
met zijn afhankelijkheden Oppem en Rode en het altaar van Strombeek.
Een abdij leeft volledig van zijn inkomsten, die zij ook nodig heeft voor bouw en onderhoud van
gebouwen en indien nodig voor hulp aan de dorpsinwoners. De abdij van Grimbergen was zelfs op haar
hoogtepunt een rijke gemeenschap. De abdij had dan ook heel wat bezittingen, die uitgespreid waren.
Zo krijgen zij oorspronkelijk van de Berthouts gronden in Rumst, Neder-over-Heembeek en Brussegem
voor de kerk van Strombeek, die van hun afhing. Verder nog gronden en bos te Edingen, Beigem en
Ossel. Humbertus (de eerste abt) had een Norbertissenklooster gesticht te Nieuwenrode en na de
verdwijning van dit klooster verkreeg de abdij van Grimbergen dus via een omweg de kerk van
Ruisbroek-aan-de Schelde.
|