|
|
Grimbergen is een abdijbier en geen trappist. Enkel bieren die nog steeds binnen de muren van
een klooster zijn officieel een trappist, de anderen zijn een abdijbier. Aan het eind van de
10e eeuw was er een terugkeer naar de strenge oude leefregels van Sint Augustinus als reactie
naar de voorgaande ontaarding van het kloosterleven. Het abdijleven werd dan ook veel soberder
en actiever, de monniken en zeker de Premonstratenzers steken nu ook de armen uit de mouwen.
Volgens de leefregel van Sint Augustinus moest men "zijn lichaam bedwingen door vasten en
onthouding van eten en drinken voor zover de gezondheid het toelaat."
|
|
|
|
Een dagelijkse portie wijn van een halve liter werd als voldoende beschouwd. De monniken mochten
echter wel zoveel water of bier drinken als ze wilden. Het bier werd ook gebruikt als vergoeding
voor het personeel of voor arbeiders en werd ook geschonken aan gasten van de abdij. Bier werd
oorspronkelijk beschouwd als een huiselijke taak en werd vrijwel uitsluitend door vrouwen
uitgevoerd, ook in Grimbergen is dat niet anders geweest, Grimbergen was immers tot 1140 een
dubbelklooster. Noodgedwongen werd het brouwen na de scheiding een mannentaak. Elke abdij bezit
haar eigen brouwerij, meestal ietwat afgelegen omwille van de veiligheidsvoorzieningen
(risico op brand) en de nood aan water. De brouwerij van de abdij bevond zich dan ook lager
aan de Maalbeek. Een brouwerij werd meestal (omwille van het risico op brand) in steen gebouwd
en het afval was uitermate geschikt als veevoeder, wat de aanwezigheid van een uitgebreide
veestapel verklaart. De veestapel op haar beurt droeg bij tot de kwaliteit van het bier,
hop heeft immers veel mest nodig en om het bier helder te maken worden er poten van geslachte
dieren in verwerkt.
|
|
|
Het bier dat werd gebrouwen was een typisch bruin bier. Cijfers die we
terugvinden in taksbrieven en dergelijke tonen aan dat de Grimbergse bierproduktie niet van de
geringste was. Opvallend aan het abdijbier is dat reeds in het begin enkel kwaliteitsgranen
werden gebruikt (en geen haver) wat wordt verklaard door de vruchtbaarheid van Brabant en dat
er een de grote hoeveelheid hop wordt toegevoegd. Samen met de afschaffing van de klooster
(onder Franse regering) verdween ook de brouwerij. Bij de latere heroprichting van de abdij
werd er geen brouwerij meer voorzien. De Optimo Bruno werd echter nog wel op bestelling
gebrouwd door de heren Janssens en Peeters. In 1958 Is besloten om met de brouwerij Maes de
Grimbergen op de markt te brengen.
|
 |
|